W en j op het woordeinde na klinker of tweeklank zijn vaak overbodig.
De spelling van het Nederlands is niet consequent in de behandeling van de woordafsluitende w. De spelling van het Limburgs wil geen afwijkende woordbeelden doen ontstaan en geeft als regel: de afsluitende w na ou of au wordt geschreven op die plaatsen waarop die w ook in de spelling van het Nederlands voorkomt.
Voorbeelden: pauw, gebouw, rouw, gauw. Als er in het Limburgs een andere klinker dan ou of au verschijnt, blijft de w uit het Nederlands gehandhaafd als die ook in het Limburgs klinkt: Roermonds geboew met w vanwege die overeenkomstige w in het Nederlands.
De afsluitende j is onnodig bij woorden die eindigen op ie, ei of ij: deze klanken hebben van nature dat j-einde. De j dient niet gespeld te worden.
Na de uu dient het j-einde wél geschreven te worden.
In westelijk Nederlands hebben woorden die eindigen op u geen j-achtig einde. Dat j-achtig einde is als typisch Limburgs te beschouwen. Het dient dus in spelling aanwezig te zijn: Roermonds Truuj, perrepluuj, luuj.
dinsdag 11 september 2007
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)


Geen opmerkingen:
Een reactie posten