De medeklinkers die in de spelling van het Limburgs gebruikt worden, zijn dezelfde als die van het Nederlands als er dezelfde klanken mee aangeduid worden. In het Limburgs komt maar een medeklinker voor die het Nederlands niet kent: de gk.
Deze klank komt in het Nederlands alleen in assimilatiegevallen voor: op de plaats waar in de volgende voorbeeldwoorden een k staat: zakdoek, likdoorn.
Deze klank komt voor in het Frans is woorden als ‘garçon, gare’; in het Engels in woorden als ‘good, guy, luggage’; in het Duits worden alle g’s aan het begin van een woord eender uitgesproken: ‘gut, gern, Gestern’.
In Limburgse woorden komt deze klank alleen midden in woorden voor: ligke, rögke, zich tagke, liggen/leggen, ruggen, ruzie maken’.
Andere klanken komen in het Nederlands voor, maar niet in de mate waarin ze in het Limburgs voorkomen: sj, lj, nj. Ook hun combinaties komen vaak voor: bijvoorbeeld sjr, sjl, sjm, sjp, ldj, ndj, ntj.
De j geeft aan dat een klank gemouilleerd is; er is een afspraak dat de mouillering per medeklinkergroep maar één keer aangegeven wordt: ndj (en niet njdj), ldj (en niet ljdj).
dinsdag 11 september 2007
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)


Geen opmerkingen:
Een reactie posten