De voornaamste aanleiding voor een nieuwe spelling van de Limburgse dialecten is de taalpolitieke situatie die ontstond door de erkenning van het Limburgs als streektaal. Die erkenning dateert van 20 januari 1997. Zij vond plaats in het kader van deel II van het Handvest voor Regionale Talen en Minderheidstalen van de Europese Unie.
In het kader van die erkenning heeft de provinciale overheid de zorg en de steun voor het Limburgs en zijn dialecten als overheidstaak op zich genomen. Dat heeft geleid tot de benoeming van een streektaalfunctionaris en tot de instelling van de Raod veur ’t Limburgs die de streektaalfunctionaris in raad en daad terzijde staat. De steun voor het Limburgs en zijn dialecten betekent ook aandacht voor de schriftelijke vormgeving ervan. Vandaar dat de vaststelling van een spellingsregeling hoge prioriteit kreeg op de agenda van de Raod veur ’t Limburgs.
De gedachte achter de nieuwe spelling is niet alleen het gebruik ervan voor teksten van expressief-literaire aard. De doelstelling is veel breder. Een officieel standaardpakket spellingsregels voor de Limburgse dialecten leidt tot een groter gewicht van het geschreven Limburgs in al zijn vormen, vooral ook in de educatieve sector. De Spelling 2003 wil voorzien in die doelstelling.
Het voorbeeld van het Roermonds laat zien hoe dat kan voor een specifiek lokaal dialect. Voor elk apart dialect kunnen spellingaanwijzingen ontwikkeld worden die op één A4 passen. Voor het onderwijs kunnen er spellingkaarten ontwikkeld worden die als schrijflegger fungeren. En zelfs zonder expliciet ‘Limburgs’ spellingonderwijs te volgen, kan men trefzeker zijn of haar Limburgs dialect leren schrijven.
Het zou prachtig zijn als alle Limburgers een basisvaardigheid zouden verwerven in het spellen van het eigen dialect, maar een minimum zou moeten zijn dat men redelijk gemakkelijk het geschreven eigen dialect zou weten te lezen. En vlot lezen is een kwestie van veel doen, en dat doen wordt weer bespoedigd door de beschikbaarheid van teksten.
Hoe zit nu de relatie tussen spelling en taal of dialect? Een goed spellingsysteem registreert, het beïnvloedt of verandert de te spellen taal niet. Het maakt een soort foto van de taal. Dat is dan natuurlijk wel een foto van iets wat klinkt, van geluidsgolven. Bij het spellen zijn twee verschillende zintuigen betrokken: iets dat gespeld is, ziet men, en het gaat terug op wat men hoort. Die foto kan niet vereenzelvigd worden met de taal zelf, want de foto kan nogal afhankelijk zijn van het perspectief dat gekozen wordt.
Is het perspectief fonetisch, fonologisch of morfologisch? In principe maakt het niet uit of men God of Got spelt: de klank verandert er niet door. Men spelt God met een d omdat dat zo afgesproken is, op morfologische gronden. Dat men andere afspraken kan maken, is te zien in het Duits, waar men Gott spelt. En erg zwaar weegt dat ieder gewend is geraakt aan wat men heeft geleerd.
De Spelling 2003 moet onder de aandacht van de Limburgers gebracht worden. Het is van groot belang dat ze er aan gewend raken. In de moderne tijd zal het dialect ook geschreven moeten worden wil het overleven. De voorliggende spelling kan een bijdrage leveren.
Roeland van Hout, voorzitter van de Raod veur ‘t Limburgs
dinsdag 11 september 2007
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)


Geen opmerkingen:
Een reactie posten