dinsdag 11 september 2007

c. t, d en dt aan het einde van werkwoordsvormen in de o.t.t.

Als de stam van een werkwoord einigt op een d (sjödde, ich sjöd), komt er als persoonsuitgang van de 3e persoon enkelvoud een t (eventueel: tj) achter: hae/zie sjödt(j).

De combinatie dt wordt nooit alleen maar ‘veroorzaakt’ door de dt van het Nederlands (baeje, ich baej, hae baejt – en niet: baejdt, vanwege ‘bidden, ik bid, hij bidt). Zie daarvoor ook par. 16.

Geen opmerkingen: