dinsdag 11 september 2007

a. te en se als reductievormen scheiden van hun persoonsvorm

Tot hier toe zijn de reductievormen van de 2e persoon enkelvoud, die voorkomen in de vormen te en se, vaak niet gescheiden van hun voorafgaande persoonsvorm. Toch zijn het echte losse woorden.

Volgens deze regeling spelt men:
bös te en niet böste;
paks te en niet pakste
hulps te en niet hulpste;
bös se en niet bösse;
paks se en niet pakse of paksse;
hulps se en niet hulpse of hulpsse.

Uit deze voorbeelden is duidelijk te zien dat de persoonsuitgang bij de 2e persoon enkelvoud een s is. Om die reden zijn de volgende spellingen ook niet in orde:
pak se;
hulp se.

b. de vooral Noord-Limburgse reductievormen van geej en varianten.

Ook de reductievormen van de 2e persoon meervoud zijn aparte woorden. Ze moeten los gespeld worden. Tot op heden is dat maar zelden gebeurd.

De vormen die vóór de persoonsvorm staan, zijn eenvoudig op te sporen.
Moeilijker zijn die welke na de persoonsvorm staan.
Ze zijn op te sporen op de volgende manier.

Maak een zin van het volgende type (voorlopig in incorrecte spelling)
As ge wacht, wachde.
As ge valt, valde.
As ge liegt, liegde.

De persoonsvorm is te vinden vóór de komma. Achter de komma moet dan diezelfde persoonsvorm met het gereduceerde persoonlijke voornaamwoord staan. Het moet een persoonsvorm zijn op t.

Het gereduceerde persoonlijke voornaamwoord na de persoonvorm kan niets anders dan de zijn. In correcte spelling luiden die zinnetjes dus:
As ge wacht, wacht de.
As ge valt, valt de.
As ge liegt, liegt de.

In Noord-Limburg komen ook deze vormen (voorlopig in incorrecte spelling) voor:
As ge wacht, wachdegeej.
As gevalt, valdegeej.
As ge liegt, liegdegeej.

Weer moet de persoonsvorm voor en na de komma dezelfde zijn: wacht, valt, liegt. Geej is de volle (niet gereduceerde) vorm van het persoonlijk voornaamwoord.
Blijft over de: een aanduiding van de overgangsklank tussen de t van de persoonsvorm en het persoonlijk voornaamwoord.

De correcte spelling is dus:
As ge wacht, wacht-de geej.
As gevalt, valt-de geej
As ge liegt, liegt-de geej.

Een bijkomend voordeel van deze spelling van de volle persoonsvorm gevolgd door koppelteken en overgangsklank is, dat de suggestie van verleden tijd van vroegere spellingen (wachde, valde, liegde) verdwenen is.
Dergelijke reductievormen komen overigens door heel Limburg voor. In Thorn komt deze voor als dj’r, getuige de hulpzin

Es dj’r kómtj, kómtj dj’r ‘Als jullie komen, komen jullie’.

In nogal wat plaatsen komt d’r als reductievorm voor naast de geaccentueerde vorm geer. Ouder Maastrichts bijvoorbeeld: Gaot d’r mèt? naast Geer gaot mèt.

Geen opmerkingen: